Categories
BigTech Politics USA

Over BigTech en BigOil

Dit keer een artikel uit De Morgen uit augustus 2026, dat niet achter hun paywall zit …waardoor ik me permitteer om het hieronder te kopiëren.

Enkele kernzinnen uit het artikel (als je geen zin hebt om 5 min te besteden om het volledige artikel te lezen 😉

De Amerikaanse techjongens en fossiele industrie leven figuurlijk (en jammer genoeg niet letterlijk) op een andere planeet en hebben duidelijk een gebrek aan menselijk mededogen. Op inlevingsvermogen gaan we niet moeten rekenen.

En dan te bedenken dat de alliantie tussen de techjongens en de fossiele industrie nog maar net begonnen is. De techjongens en de fossiele industrie zullen steeds meer met elkaar verstrengeld raken en samen de toekomst van onze planeet bepalen.

We weten welke toekomst dat zal worden. Of net niet. De manier waarop Trump alle wetenschappelijke instrumenten die de klimaatverandering kunnen monitoren aan het verwijderen is (uit de ruimte, van het land, uit de oceaan) toont aan dat hij de wereld wetenschappelijk blind wil maken voor de klimaatverandering.

Wat niet gemeten kan worden, kan niet geweten worden.

Arnold

De techjongens en fossiele industrie leven figuurlijk (en jammer genoeg niet letterlijk) op een andere planeet

Joeri Casteleyn,

De Amerikaanse techindustrie geeft niets om de klimaatverandering. Dat bleek eens te meer door de plannen van Amazon om een gigantische gascentrale te bouwen voor zijn AI-datacenters, schrijft pers- en communicatieadviseur Joeri Casteleyn.

Afgelopen weekend raakte bekend dat Amazon investeert in een enorme gasgestookte energiecentrale in Texas, een energiecentrale die het nodig heeft voor zijn AI-datacenters. Deze investering bewijst nogmaals dat de techsector en de fossiele industrie nul komma nul geïnteresseerd zijn in de klimaatverandering, in de gevolgen voor mens en planeet van de klimaatverandering, en ook geen enkele behoefte voelen om mee te helpen de CO2-uitstoot af te bouwen.

Uit vergunningen blijkt dat de nieuw te bouwen gascentrale 35 turbines zal tellen en goed is voor een vermogen van 7,65 gigawatt. Ter vergelijking: dat is bijna acht keer de kerncentrale van Doel.

De centrale krijgt ook een vergunning om jaarlijks meer dan 30 miljoen ton aan broeikasgassen uit te stoten. Ter vergelijking: Vlaanderen stoot jaarlijks ongeveer 60 miljoen ton aan broeikasgassen uit.

Er komt meer, veel meer

De nieuwe energiecentrale en het bijbehorende AI-datacentrum van Amazon is slechts een van de vele die de komende jaren in Amerika nog op de planning staan. De verwachting is dat de Amerikaanse energiebehoefte van AI-datacenters tegen 2030 zal verdubbelen tot 77 gigawatt.

Zo kondigde Microsoft eerder dit jaar ook al aan in Texas een AI-datacenter te bouwen (het grondwater zal daar snel zakken) dat 2 gigawatt aan energie nodig zal hebben. Het sloot daarvoor een contract van twintig jaar af met Chevron, dat een gascentrale zal bouwen naast het Microsoft-datacenter en het AI-datacenter zo rechtstreeks van energie zal voorzien.

De redenering die je daarbij leest, klinkt als een liefdadigheidsactie. “De fabriek van Chevron zal goedkoop gas uit het Permian Basin, het grootste olieveld van Amerika, leveren aan de verschillende grote turbines. Het Permian Basin is een van ’s werelds grootste olievelden, maar produceert ook aardgas als bijproduct – zo veel zelfs dat pijpleidingen het vaak niet aankunnen en het als afval moet worden afgefakkeld. De elektriciteitscentrale zorgt voor vraag in het bekken om dat gas te gebruiken en niet te verspillen.”

Geen verspilling meer. Hoe mooi is dat…

“We will drill, baby, drill” had Trump gezegd bij zijn tweede inauguratie. En dat is ook wat nu massaal aan het gebeuren is in Amerika. En het afval van al die olieboringen (aardgas) wordt gebruikt voor de AI-datacenters.

‘Hoeveel energiezuiniger kunnen wij worden?’ denken ze waarschijnlijk in Amerika. ‘Laat die Europeanen maar tegelwippen, eindeloos discussiëren over airco’s, hun bosbranden onder controle houden, klagen over rivieren die droog komen te staan en verontrustend kijken naar de temperatuur van het zeewater dat meer en meer stijgt, en wie weet welke kletsnatte ellende deze herfst over hun continent zal uitstrooien. Wij doen het zo.’

De Amerikaanse techjongens en fossiele industrie leven figuurlijk (en jammer genoeg niet letterlijk) op een andere planeet en hebben duidelijk een gebrek aan menselijk mededogen. Op inlevingsvermogen gaan we niet moeten rekenen.

Deze alliantie gaat samen de toekomst van onze planeet bepalen. We weten welke toekomst dat zal worden. Of net niet

Sam Altman, CEO van OpenAI, gaf daar onlangs nog een mooi voorbeeld van toen hij een “coole toepassing” van ChatGPT deelde. “Ouders kunnen hun gezinsagenda’s koppelen en de interesses van hun kinderen aangeven in het nieuwe product van OpenAI, ChatGPT Work, waarna het elke ochtend tijdens de rit naar school een podcast kan maken waarin wordt gesproken over de voetbalwedstrijd van een kind die middag, de aanstaande verjaardag van een ander kind, wat nieuws, enzovoort.”

“Wat als je nu gewoon eens met je kinderen zou praten?”, vroeg iemand. Vanuit dat menselijk perspectief had Sam Altman het nog niet bekeken. Dat je tijdens een autorit met een kind ook kunt praten. En het zijn dit soort mensen, met dit soort van perspectief, en een blinde vlek voor het menselijke, die de toekomst van onze planeet op het spel zetten.

En voor wie nog een klein beetje hoop koesterde voor het behoud van deze planeet in haar huidige toestand, deze vraag: welk land beschikt over de grootste steenkoolvoorraad ter wereld? Het antwoord: het Amerika van Donald Trump, met ongeveer een kwart van de wereldvoorraad.

En dan te bedenken dat de alliantie tussen de techjongens en de fossiele industrie nog maar net begonnen is. De techjongens en de fossiele industrie zullen steeds meer met elkaar verstrengeld raken en samen de toekomst van onze planeet bepalen.

We weten welke toekomst dat zal worden. Of net niet. De manier waarop Trump alle wetenschappelijke instrumenten die de klimaatverandering kunnen monitoren aan het verwijderen is (uit de ruimte, van het land, uit de oceaan) toont aan dat hij de wereld wetenschappelijk blind wil maken voor de klimaatverandering.

Wat niet gemeten kan worden, kan niet geweten worden.

‘Airconditioned nightmare’

De Amerikaanse schrijver Henry Miller keerde in 1939 na tien jaar zelfopgelegd ballingschap terug naar Amerika en begon aan een rondreis door zijn vaderland. Hij ontdekte een land dat gericht was op consumptie en gemak, mensen afschermde van hun werkelijkheid, de natuur en hun innerlijk leven, waarbij ze omringd werden door hoogbouw met airco’s.

Zijn persoonlijke verslag daarvan werd een boek met een titel die perfect onze toekomst samenvat als we de Amerikaanse techjongens en de fossiele industrie hun gang laten gaan: The Air-Conditioned Nightmare. Een betere titel voor wat ons, meer dan tachtig jaar na het verschijnen van het boek, te wachten staat is er niet.

Voor de techjongens zal de toekomst evenzeer airconditioned zijn – aangedreven door fossiele energie – maar dan vanuit hun bunkers die ze nu al op hun privé-eilanden hebben ingericht.

En Elon Musk? Die is, zo hoopt hij nu nog steeds, dan al vertrokken naar Mars.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *